Leestijd: 15 minuten
Deel 5: Onderzoek in Nederlandse archieven
Het achterhalen van de werkelijke namen achter de schuilnamen van Nederlandse leerlingen en personeelsleden werd het volgende belangrijke onderdeel van mijn onderzoek naar de spionageschool in Den Haag. Daarmee kwam het onderzoek op een nieuw terrein: de Nederlandstalige bronnen in het Nationaal Archief.
In de Britse verhoorverslagen van Schellenberg, het hoofd van Amt VI, en van verschillende van zijn directe ondergeschikten worden de namen genoemd van SD-officieren die tijdens de oorlog naar Den Haag werden overgeplaatst. Zij waren verantwoordelijk voor de buitenlandse inlichtingenactiviteiten van Amt VI in en vanuit Nederland. Een van hun taken was vanaf begin 1943 het rekruteren van Nederlanders voor een opleiding aan A-Schule West.
Na de Duitse capitulatie werden deze SD-officieren in Nederland gevangengenomen en uitgebreid verhoord. In de Britse en Amerikaanse archieven van de geallieerde inlichtingendiensten is hierover weinig terug te vinden. Mogelijk zijn de oorspronkelijke verhoorverslagen verloren gegaan. Hier bleek het Kluiters-archief van grote waarde.
Hulp van het Kluiters-archief
Het aan het Nationaal Archief nagelaten archief van de in 2009 overleden historisch onderzoeker Frans Kluiters bevat een grote hoeveelheid informatie over inlichtingen- en veiligheidsdiensten en over personen die, vooral tijdens de Tweede Wereldoorlog, betrokken waren bij spionage- en contraspionagezaken. Een belangrijk deel van het archief bestaat uit kopieën van documenten uit binnen- en buitenlandse archieven die destijds slechts beperkt openbaar waren of dat nog altijd zijn. Kluiters kreeg bij uitzondering toestemming om deze archiefstukken te kopiëren of ontving kopieën ervan van archiefmedewerkers.
Het archief is openbaar en de daarin opgenomen documenten mogen vrij worden gefotografeerd en gekopieerd. Daarmee biedt het onderzoekers snel toegang tot materiaal waarvoor anders langdurige aanvraagprocedures nodig zijn of waarvoor een bezoek aan een buitenlands archief noodzakelijk zou zijn.
Tussen het door Kluiters verzamelde materiaal bevinden zich enkele voor dit onderzoek naar A-Schule West belangrijke Nederlandstalige verhoorrapporten van de hierboven vermelde SD-officieren die voor Amt VI in Nederland waren gestationeerd. De verhoren werden afgenomen door de toenmalige Nederlandse veiligheidsdienst. Aan de rapporten zijn ook Nederlandse vertalingen toegevoegd van verhoorverslagen van geallieerde inlichtingendiensten.
De verhoorrapporten van de SD-officieren bevatten veel informatie over de oprichting en ontwikkeling van A-Schule West. Tijdens de verhoren kwamen bovendien de namen en activiteiten van Nederlandse leerlingen en personeelsleden van de spionageschool aan de orde. Tot dat moment waren van veel van deze Nederlanders die nog niet waren gearresteerd uitsluitend hun schuilnamen bekend. De verhoorde SD-officieren bleken hun werkelijke identiteit te kennen. Op basis van hun verklaringen kon daardoor een veel vollediger lijst van betrokken personen worden opgesteld.
Bij een aantal van deze personen bevinden zich in het Kluiters-archief kopieën van documenten waarop de herkomst nauwkeurig is vastgelegd. Het gaat vaak om Nederlandstalige documenten uit persoonsdossiers van het Centraal Archief van de Bijzondere Rechtspraak (CABR) of uit de archieven van de Nederlandse veiligheidsdiensten. Beide zijn in het Nationaal Archief ondergebracht.
Op zoek naar de namen achter de schuilnamen
Het opvragen van de oorspronkelijke dossiers bood veel meer informatie en gaf een beter inzicht in de gebeurtenissen rond de spionageschool. In de opgevraagde dossiers staan veel namen van personen die voorkomen in de studie van Frans Kluiters over A-Schule West en in de bijbehorende bronverwijzingen. Tegelijkertijd vond ik namen van personen die bij de spionageschool betrokken waren, maar die door Kluiters nog niet waren geïdentificeerd. Voor mijn onderzoek nam het belang van het Kluiters-archief daardoor geleidelijk af, terwijl andere bronnen steeds belangrijker werden.
Tegenwoordig bieden de meeste Nederlandse en buitenlandse archieven via hun websites online doorzoekbare inventarissen en, steeds vaker, ook gedigitaliseerde archiefstukken aan. Zo is veel onderzoeksmateriaal over de spionageschool in het Nationaal Archief te vinden via de online inventaris van het archief van het Directoraat-Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging (DGBR). Dit was de overheidsinstantie van het ministerie van Justitie die de naoorlogse berechting, zuivering en bestraffing van collaborateurs, landverraders en oorlogsmisdadigers coördineerde.
De meeste informatie waarop mijn onderzoek naar de spionageschool is gebaseerd, is echter afkomstig uit de individuele strafdossiers in het CABR-archief. De bestudering van deze dossiers van voormalige Nederlandse leerlingen en personeelsleden maakt het mogelijk een uniek verhaal te reconstrueren: wat speelde zich precies af tussen mei 1943 en september 1944 achter de hoge muren van Park Zorgvliet en in de villa’s aan de Adriaan Goekooplaan in Den Haag?
Toegang tot het CABR-archief
In het CABR-archief liggen dossiers van honderdduizenden personen die na de oorlog werden aangelegd met het oog op een mogelijke strafrechtelijke vervolging. In dit archief zijn ook de persoonsdossiers te vinden van de meeste Nederlanders die betrokken waren bij Spionageschool Zorgvliet.
Sinds januari 2025 is het CABR-archief openbaar. Via de website
Oorlog voor de Rechter kan worden nagegaan van welke personen een of meer CABR-dossiers bewaard zijn gebleven. Deze dossiers kunnen eenvoudig worden aangevraagd en binnen enkele dagen in de studiezaal van het Nationaal Archief worden bestudeerd.
In de jaren voordat het CABR-archief openbaar werd, was inzage in de persoonsdossiers ook mogelijk, maar dat verliep destijds minder eenvoudig. Een verzoek om officiële toestemming voor inzage kon alleen worden ingediend wanneer niet alleen de volledige naam van de betreffende persoon bekend was, maar ook de juiste geboortegegevens. Deze gegevens waren niet altijd gemakkelijk te vinden. De vaak maanden durende aanvraagprocedures bemoeilijkten mijn onderzoek.
Foto 10: Nationaal Archief, Den Haag
Bron: privéarchief
Tijdens ontelbare bezoeken aan de studiezaal van het Nationaal Archief heb ik vanaf de zomer van 2018 jarenlang met geduld en precisie meer dan tweehonderd dossiers van ongeveer zeventig personen die bij de school betrokken waren, doorgespit en grote hoeveelheden tekst overgetypt. Ik schat dat meer dan zestig procent van alle informatie die ik in Nederlandse en buitenlandse archieven over de spionageschool ‘Zorgvliet’, ‘A-Schule West’ of ‘Seehof’ heb verzameld, afkomstig is uit Nederlandstalige bronnen.
Strafdossiers van personeelsleden en leerlingen
Bij bestudering van de CABR-persoonsdossiers van instructeurs en andere personeelsleden valt op dat de strafrechtelijke onderzoeken niet altijd betrekking hadden op hun activiteiten bij de Duitse spionageschool. In sommige gevallen leek nauwelijks te zijn doorgevraagd over hun betrokkenheid bij de spionageschool of wordt daarover niets vermeld in hun dossiers. Veel Nederlandse personeelsleden waren, voordat zij als instructeur of ander staflid op de school werden aangesteld, toegetreden tot de SS en actief aan het front ingezet. Zij werden niet veroordeeld vanwege hun werkzaamheden op de spionageschool, maar omdat zij als Nederlander vrijwillig in krijgsdienst van een buitenlandse mogendheid waren getreden, terwijl zij wisten dat deze met Nederland in oorlog was.
Ook het Nederlandse burgerpersoneel werd niet uitsluitend vervolgd vanwege de werkzaamheden op de spionageschool, maar vanwege een bredere vorm van collaboratie. Zij hadden zich vaak al vóór hun werkzaamheden op de school tegen de Nederlandse staat gekeerd.
Wat betreft de Nederlandse leerlingen blijkt uit zowel de verhoorrapporten van SD-officieren van Amt VI, de verklaringen van personeelsleden van de school als die van de opgeleide agenten zelf, dat de rekrutering van de leerlingen in de meeste gevallen niet op vrijwillige basis plaatsvond. In het geval van Helen ten Cate Brouwer en Pieter Hulsman werden doodvonnissen die zij vanwege hun verzetsactiviteiten hadden gekregen, in gratie omgezet. Als voorwaarde daarvoor traden zij in Duitse dienst en werden zij opgeleid om als agent voor de Duitsers te werken.
Ook andere Nederlandse leerlingen die werden geworven en weliswaar sympathiek tegenover nazi-Duitsland stonden of lid waren van de NSB, bleken onder druk te zijn gezet. Zij hadden zich bijvoorbeeld onttrokken aan de Arbeidsinzet in Duitsland of waren betrapt op corruptie ten nadele van het Duitse Rijk. Door zich in te zetten als agent in Duitse dienst konden zij een respectvolle positie in de nationaalsocialistische samenleving terugverdienen.
Na een succesvol afgeronde opleiding tot agent zouden de Nederlandse leerlingen onderdeel uitmaken van een door SD-officieren in opdracht van Amt VI in Berlijn opgezet Invasionsnetz, dat vergelijkbaar was met de spionage- en sabotagenetwerken in Italië, Frankrijk en België. Pas nadat De Duitsers zich uit Nederlands gebied hadden teruggetrokken, zouden de agenten actief worden. Zij zouden inlichtingen verzamelen en via radiozenders doorgeven aan Amt VI in Duitsland. Over mogelijke sabotagetaken konden zowel de Nederlandse agenten als hun leidinggevende SD-officieren niets vertellen, omdat daarvoor geen orders waren gegeven.
Door de Duitse overgave werd dit netwerk nooit actief en de meeste Nederlandse agenten gaven zichzelf snel aan bij de geallieerde autoriteiten. Zij verklaarden dat zij zich als geheim agent nooit voor Duitsland hadden ingezet. Daar kan aan worden getwijfeld. Uit de verhoorrapporten van veel Nederlandse leerlingen blijkt namelijk dat zij na het afronden van hun opleiding aan de school in Den Haag opdracht kregen om, precies zoals Pieter Hulsman dat in Brussel en daarna in Calais moest doen, onder een valse identiteit te gaan werken bij ondernemingen die voor de Duitsers produceerden. Zij moesten daar stiekem als ‘fabriekswacht’ corruptie en sabotage signaleren en doorgeven aan hun SD-leiding.
Uit de CABR-dossiers van de betreffende Nederlanders blijkt niet dat goed is onderzocht of zij zich daadwerkelijk schuldig hadden gemaakt aan deze verraderstaken. Naar eigen zeggen weigerden zij dit verklikkerswerk uit te voeren en probeerden zij juist contact te leggen met leden van het verzet. Dat lukte de meesten van hen ook. Daarmee wilden zij laten zien dat zij tot inkeer waren gekomen en zich voor de goede zaak tegen de Duitse bezetter wilden inzetten.
Van nieuwe namen naar nieuwe dossiers
Aan de namen van de meeste Nederlandse leerlingen en personeelsleden van A-Schule West zijn vaak meerdere CABR-dossiers gekoppeld. Wanneer de dossiers eindelijk konden worden ingezien, bleek dat de verhoorrapporten vaak ook de echte voor- en achternamen van andere leerlingen en personeelsleden bevatten. Sommigen van hen waren al gearresteerd, terwijl anderen tijdens de ondervragingen wel bij hun werkelijke naam werden genoemd, maar op dat moment nog niet waren opgespoord.
Geleidelijk aan doken in de dossiers steeds meer personen op van wie ik de namen tot dan toe op geen enkele signalementslijst had zien staan. Ondanks het verbod op de school om elkaars werkelijke namen uit te wisselen, gebeurde dit stiekem toch. Sommige leerlingen en stafleden kenden elkaar al voordat zij aan de school waren verbonden. Het kon ook niet anders dan dat een dergelijk verbod nauwelijks te handhaven was. Op het afgesloten schoolterrein leefden leerlingen en personeelsleden zeer intensief met elkaar samen. De meeste leerlingen volgden hun opleiding niet individueel, maar in kleine groepen, terwijl leerlingen en personeelsleden in dezelfde huizen woonden en ook buiten de lessen veel tijd met elkaar doorbrachten. Bijna iedereen kende wel een of meerdere betrokkenen bij hun werkelijke naam.
Bij bijna elke nieuwe naam konden, wanneer de correcte en volledige naam en de ontbrekende geboortegegevens via andere bronnen waren achterhaald, de bijbehorende CABR-dossiers worden opgevraagd en onderzocht. Zo werd steeds meer informatie over de school verzameld uit de verhoorrapporten van niet alleen leerlingen en instructeurs, maar ook van leden van de ondersteunende staf, zoals bewakers, een tuinman en een secretaresse.
Toen in januari 2025 de inventarislijst van persoonsdossiers van het CABR-archief openbaar werd, bood de website Oorlog voor de Rechter mij in eerste instantie vooral een handige manier om te controleren of ik in de jaren daarvoor alle dossiers van personen die bij de spionageschool betrokken waren, had ingezien. Uiteraard bleek dat ik nog niet alle voor mijn onderzoek relevante dossiers had gevonden. Deze konden nu alsnog snel worden opgevraagd.
De Nederlandstalige verklaringen en verhoorrapporten uit de CABR-dossiers in het Nationaal Archief vormen een belangrijke aanvulling op de Britse en Amerikaanse dossiers over de school. Bovendien beschrijven deze Nederlandse verslagen veel gebeurtenissen die in de Britse en Amerikaanse verhoorrapporten niet voorkomen. Zonder toegang tot dit Nederlandse archiefmateriaal zou het onmogelijk zijn om nauwkeurig te reconstrueren hoe de leerlingen werden opgeleid en hoe het dagelijks leven op Spionageschool Zorgvliet eruitzag.
Vondsten in het gedigitaliseerde CABR-archief
Het papieren CABR-archief is in de loop der tijd aangetast en veel documenten zijn beschadigd. De staat ervan zal in de toekomst alleen maar verder verslechteren. Daarom worden de miljoenen documenten van het archief in een meerjarig digitaliseringsproject gescand. Hierdoor wordt de inhoud van de dossiers sneller toegankelijk en is het mogelijk om het CABR-archief met behulp van een zoekfunctie digitaal te doorzoeken.
Het digitale CABR-archief heb ik meerdere malen doorzocht. Door het gebruik van bepaalde zoektermen werden bijvoorbeeld gegevens gevonden over een kokkin en een chauffeur die werkzaam waren op de spionageschool. Hun namen was ik tijdens het onderzoek nog niet eerder tegengekomen in andere CABR-persoonsdossiers. De inzage in hun dossiers voegde kleine, maar belangrijke aanvullingen toe aan het beeld van het leven op de school.
De digitalisering van het CABR-archief vind ik een enorme doorbraak voor archiefonderzoek. In plaats van langdurig in papieren dossiers te moeten zoeken, maakt de digitale ‘tweeling’ van het CABR-archief het mogelijk om die ontelbare hoeveelheid documenten snel te doorzoeken en informatie uit afzonderlijke dossiers met elkaar te verbinden. Ontbrekende stukjes informatie kunnen eenvoudiger worden aangevuld en verbanden kunnen worden gelegd die tot nu toe onzichtbaar bleven.
Hierdoor kunnen niet alleen nieuwe inzichten ontstaan in verzetsactiviteiten en collaboratie, maar ook in andere gebeurtenissen en het dagelijks leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Verhalen die lange tijd verborgen zijn gebleven, kunnen dankzij de digitalisering van het CABR-archief aan het licht komen.
Een SS’er zonder strafdossier
Een treffend voorbeeld hiervan is het verhaal van een lid van de schoolstaf, over wie veel leerlingen en personeelsleden volgens hun ondervragingsrapporten met afschuw spraken. Hij was een Duitse SS’er die zich, net als bijna iedereen op de school, achter een schuilnaam verborg. Hoewel het verboden was elkaars echte naam te kennen, werd onderling doorgegeven dat hij in werkelijkheid Franzka of Frantska heette en eerder als beruchte kampbeul in Kamp Amersfoort had gediend.
Na de oorlog bleef hij onvindbaar, waardoor hij niet kon worden berecht voor zijn misdaden in Kamp Amersfoort. Volgens de inventaris van het CABR-archief bestaat er geen persoonsdossier op zijn naam. Toch vond ik in het ‘papieren archief’ een doos met dossiers van voortvluchtige personen die niet op naam zijn geïnventariseerd. Een van die dossiers gaat over hem.
Volgens dit dossier behoorde de SS’er eerst tot het personeel van Kamp Amersfoort en vanaf begin 1943 tot september 1944 tot het personeel van Kamp Vught. Daarna ontbreekt ieder spoor. Het dossier vermeldt echter niet dat hij volgens verklaringen in enkele CABR-dossiers van personen die bij de spionageschool in Den Haag betrokken waren, vanaf het vroege voorjaar van 1943 tot september 1944 in werkelijkheid dáár werkzaam was. Als Arbeitsführer was hij onder meer verantwoordelijk voor verbouwingswerkzaamheden en voor de veestapel in Park Zorgvliet. Uit een ander dossier van een instructeur van de spionageschool blijkt dat Franska begin september 1944 samen met een groot deel van het schoolpersoneel én het vee over de Duitse grens vluchtte, met als eindbestemming een klein dorp in Oostenrijk.
Zodra ook de documenten uit die kartonnen doos zijn gescand en aan het digitale CABR-archief zijn toegevoegd, zal zijn dossier waarschijnlijk met een eenvoudige zoekopdracht op zijn naam kunnen worden gevonden. Ook de verklaringen over hem en zijn werkelijke activiteiten op A-Schule West zullen dan direct toegankelijk zijn.
Foto 11: leden van de kampleiding Kamp Amersfoort
Bron: Archief Eemland, fotonummer: 14950. Vervaardiger: naam onbekend
Groepsfoto, vermoedelijk uit 1942, van een aantal leden van de kampstaf van het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort. Geheel links staat de Duitser P. Franska. Als Arbeitsführer was hij in Kamp Amersfoort onder meer verantwoordelijk voor een groep gevangenen die als metselaars werkzaam waren. Na zijn overplaatsing naar Den Haag, in het voorjaar van 1943, hield hij toezicht op gevangenen uit de Duitse politiegevangenis in Scheveningen die op het schoolterrein in Park Zorgvliet werkten aan de bouw van enkele barakken of werden ingezet voor het onderhoud van de grote groentetuin in het park. Ook de derde man van links werd overgeplaatst naar Den Haag, waar hij de leiding kreeg over de opbouw en toezicht hield op de geheimhouding en veiligheid van de spionageschool van de Sicherheitsdienst.
Verdwenen documenten
Tijdens de naoorlogse onderzoeken door de verschillende Politieke Recherche Afdelingen (PRA’s), verspreid over het land, werden verklaringen en verhoorverslagen voor ondervragingsdoeleinden soms tijdelijk ondergebracht in dossiers van andere personen. Deze documenten werden niet altijd teruggeplaatst in de oorspronkelijke persoonsdossiers. Dit blijkt bijvoorbeeld uit onderzoeksmateriaal dat betrekking heeft op de in Duitse dienst getreden agenten Pieter Hulsman en Helen ten Cate Brouwer, maar zich in CABR-dossiers van andere personen bevindt.
Zo bevindt zich in het persoonsdossier van een andere leerling van A-Schule West een kleine agenda die Hulsman bijhield tijdens zijn straftijd in Kamp Amersfoort, voordat hij aan zijn opleiding tot spion in Duitse dienst begon. In dit boekje maakte hij allerlei aantekeningen, onder meer over zijn dagelijkse voeding, en beschreef hij enkele ‘zelfmoorden’ van gevangenen in de wasruimtes. Ook trof ik onderzoeksmateriaal van Ten Cate Brouwer aan in het persoonsdossier van een andere leerling van de spionageschool, waar het duidelijk niet thuishoort. Door de digitalisering van het CABR-archief zullen deze verspreid geraakte documenten beter traceerbaar worden en kunnen zij mogelijk alsnog digitaal aan de juiste personen worden gekoppeld.
Sommige dossiers van leerlingen en personeelsleden van de spionageschool bevatten weinig informatie of er lijken documenten te ontbreken. Het CABR-persoonsdossier van de commandant van A-Schule West, Standartenführer Knolle, is vrijwel leeg. Gezien zijn positie tijdens de oorlog, niet zozeer als schoolcommandant, maar als hoofd van de Sicherheitsdienst in Nederland, is dat vreemd.
In het dossier ligt een notitie die vermeldt dat de inhoud in 1949 naar het parket van de officier van justitie werd verstuurd en sindsdien spoorloos is. De vermiste dossierinhoud waar het vermoedelijk om gaat, is terug te vinden via een andere archiefingang van het Nationaal Archief, buiten het CABR-archief. Veel belangrijk onderzoeksmateriaal over Knolle is namelijk hier te vinden. Tussen deze dikke stapels documenten bevinden zich ook rapporten over andere personen, waarvan de oorspronkelijke herkomst vermoedelijk ook in andere CABR-persoonsdossiers ligt. Daarnaast blijken dossiermappen over Knolle door het Nationaal Archief te zijn uitgeleend aan het
NIOD in Amsterdam, waar toestemming voor inzage kan worden aangevraagd. Tijdens een bezoek aan de studiezaal van het NIOD hielp een zeer behulpzame medewerkster bij de aanvraag van deze Knolle-dossiers.
Foto 12: commandant Knolle van A-Schule West
Bron: Landesarchiv Berlin
Fritz (Friedrich) Knolle (1903–1977) was een geboren en getogen Amsterdammer met de Duitse nationaliteit. Tijdens zijn middelbareschooltijd verhuisde hij met zijn Duitse ouders naar Hannover. Daar werd hij lid van verschillende Duits-nationalistische jongerenorganisaties. In maart 1928 trad hij toe tot de NSDAP.
Op zijn portretfoto is te zien dat hij het goudomrande partijspeldje op zijn uniform droeg. Dit gaf aan dat hij al vroeg lid was geworden van de NSDAP en tot de invloedrijke partijleden behoorde. De knopen (zilveren sterren) met daaronder twee strepen op zijn rechterkraagspiegel duidden op zijn rang van Obersturmbannführer. In november 1943 werd Knolle bevorderd tot Standartenführer (kolonel).
Betrokkenen bij de spionageschool vertelden na de oorlog dat iedereen bang voor hem was. Wie bij schoolcommandant Knolle op het matje moest komen, werd tijdens de gesprekken door Knolle vaak strak aangestaard. Het was onduidelijk of Knolle de ander aankeek of langs hem heen keek. Hij scheen licht scheel te zijn. Het werkte nog intimiderender wanneer Knolle plotseling van het Duits overschakelde op vlekkeloos Nederlands.
De vergeten bewoners van Park Zorgvliet
Het NIOD biedt in andere, ook beperkt toegankelijke dossiers meer informatie over de groep politieke gevangenen die vanaf de zomer van 1943 in een barak in Park Zorgvliet verbleef. Deze gevangenen werden ingezet voor opruimingswerkzaamheden op het schoolterrein en voor het onderhoud van de moestuin in het park. Zij waren getuige van de geheime activiteiten die zich op de school afspeelden.
Twee gevangenen wisten in juli 1944 van het schoolterrein te ontsnappen. De getuigenverklaringen van een van hen zijn terug te vinden in de CABR-dossiers van enkele personeelsleden van de school. Deze verklaringen gaan onder meer over de twee leerlingen die voor spionage naar New York werden uitgezonden en daar eind december 1944 werden gearresteerd. De verklaringen bevatten waardevolle informatie die ontbreekt in de Britse en Amerikaanse dossiers over de twee spionnen.
Aan de hand van de namen van de gevangenen die in de NIOD-dossiers werden aangetroffen, kon aanvullende informatie worden gevonden op de websites van
Nationaal Monument Oranjehotel en de
Arolsen Archives, het International Center on Nazi Persecution. De overige gevangenen uit de groep werden uiteindelijk gedeporteerd naar concentratiekampen in Noord-Duitsland. Zij overleefden de oorlog niet.
Binnenkort deel 6: Wat wisten de Nederlandse veiligheidsdiensten?
Historisch onderzoek naar Spionageschool Zorgvliet, ook bekend als A-Schule West of Seehof