Al langere tijd was ik geboeid door de geschiedenis van de Tweede wereldoorlog in Den Haag, toen ik in december 2016 in een lokaal Haags krantje een artikel las over een spionnenschool van de nazi’s die tijdens de oorlog tussen Den Haag en Scheveningen gevestigd was. Een zoektocht op internet leverde destijds weinig resultaat op. Informatie over de geheime school zat zelfs voor zoekmachine Google goed verstopt.
Informatie op internet
Op de website Delpher, waarop gedigitaliseerde historische kranten en tijdschriften te vinden zijn, vond ik een artikel uit De Waarheid van 12 februari 1946 waarin staat dat op de geheime spionageschool valse bankbiljetten werden gedrukt. In De Prinsestad van 2 oktober 1948 werd gemeld dat er op deze opleiding voor spionnen ook les werd gegeven in schermen. Of het duelleren met sabels tot de vaardigheden van een spion behoort, valt te betwijfelen. Door het aantal zoektermen uit te breiden, vond ik artikelen over enkele naoorlogse rechtszaken tegen voormalige instructeurs van de school.
Via de website van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies is de gedigitaliseerde boekenreeks Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog van Loe de Jong te downloaden. Ik heb de volledige reeks ook thuis, maar digitaal zijn de boeken dankzij het NIOD eenvoudiger te doorzoeken. In het zesde deel wordt de school ‘A-Schule West’ in Den Haag kort omschreven als een opleiding voor geheim agenten die, voor het geval het westelijke deel van Nederland of andere delen van West-Europa onder geallieerde controle zouden komen, in bevrijde gebieden als spionnen en saboteurs werkzaam zouden zijn.
Omdat de boeken zich richten op Nederland en zijn koloniën tijdens de Tweede Wereldoorlog, beperkte De Jong zich tot informatie over het doel van de school voor Nederland en West-Europa. In de krant Trouw vond ik een interessant artikel van journalist en auteur Igor Cornelissen (1935 - 2021), gepubliceerd op 3 oktober 2009. Hierin is te lezen dat de naar Duitsland gevluchte grootmoefti van Jeruzalem, hadji Amin al-Hoesseini, de school bezocht en dat er ook Arabische leerlingen werden opgeleid. Over het doel van het opleiden van deze mannen uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten heb ik de afgelopen jaren veel informatie verzameld. Een korte samenvatting hiervan is hier te lezen.
Het Kluiters-archief als sleutel tot A-Schule West
Veel hulp bood het archief van historisch onderzoeker F.A.C. Kluiters (1951 - 2009). Na zijn overlijden werd zijn archief ondergebracht bij het Nationaal Archief. Het bevat veel onderzoeksmateriaal over spionage en spionnen, evenals enkele onvoltooide manuscripten waaraan Kluiters werkte. In zijn archief is ook een studie over de spionageschool A-Schule West te vinden. Daarin ontbreekt nog veel, maar Kluiters vermeldde wel nauwkeurig de herkomst van al zijn bronnen.
Litteratuur
De bronvermeldingen van Kluiters verwijzen onder andere naar een aantal boeken die ik heb aangeschaft en bestudeerd. Kort na de oorlog verschenen de memoires van Walter Schellenberg (1910 - 1952), de leider van de Duitse buitenlandse inlichtingendienst Amt VI, waaronder de spionageschool in Den Haag viel. Schellenberg besteedt in het boek enige aandacht aan de school in Den Haag. Ook zijn ondergeschikte en leider van het sabotage-onderdeel van Amt VI, Otto Skorzeny (1908 - 1975), publiceerde na de oorlog meerdere boeken waarin de school in Den Haag wordt beschreven. Beiden schrijven over een aantal gevangengenomen Nederlandse geheimagenten tijdens wat later bekend zou worden als het Englandspiel.
Deze agenten waren door de Britse geheime diensten opgeleid en vervolgens naar Nederland gezonden om spionage- en sabotageactiviteiten te organiseren. De Duitsers wisten dit door hun vroegtijdige arrestaties te voorkomen en namen hun radioverbindingen over, waardoor zij de vijand langdurig konden misleiden. Zowel Schellenberg als Skorzeny beweren dat de agenten tijdens hun gevangenschap in verhoren veel informatie hebben gegeven over hun opleiding aan Britse spionage- en sabotageopleidingen. Die informatie werd gebruikt om een opleiding naar Brits model op te zetten, met als doel vergelijkbare spionage- en sabotageacties in vijandelijk gebied uit te voeren.
De twee belangrijkste Duitse hoofdrolspelers in het Englandspiel, Giskes (1896 - 1977) en Schreieder (1904 - 1990), publiceerden enkele jaren na de oorlog boeken over de grote en succesvolle misleidingsoperatie ‘Nordpol’, een naam die Giskes aan het Englandspiel gaf. Het zijn spannende spionageverhalen die niets te maken hebben met de spionageschool in Den Haag. Zo leek het…
Ontdekkingen in het Nederlands Instituut voor Militaire Historie
Op de website van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) vond ik in de archiefinventaris dat het instituut verhoorrapporten van Schreieder in zijn bezit heeft. In deze naoorlogse verklaringen worden de beweringen van Schellenberg en Skorzeny ondersteund. Als hoofd van IV E, de contraspionage van de Gestapo, en later als uitvoerend hoofd van de Gestapo in Nederland, was hij bevoegd Verschärfte Vernehming, marteling, toe te passen tijdens ondervragingen van opgepakte leden van verzetsbewegingen.
Voor het verkrijgen van minder urgente informatie werd geen marteling gebruikt, maar vaak de Dauervernehmung. Bij deze vorm van ondervraging namen de ervaren politierechercheurs van Schreieder de tijd: verhoren mochten desnoods dagen duren totdat zwijgende arrestanten de gestelde vragen hadden beantwoord. Pas na beantwoording mochten zij terugkeren naar hun cel om te slapen, wat uiteraard ook een vorm van marteling was.
Voor de gearresteerde Englandspiel-agenten ontwikkelde Schreieder een speciale ondervragingsmethode, gebaseerd op een lijst van honderd vragen die hij tijdens zijn eigen gevangenschap na de oorlog reconstrueerde. Bijna een kwart van deze vragen had betrekking op de opleiding van de agenten op Britse scholen. Vanaf mei 1942 maakte Schreieder geregeld dienstreizen naar België en Frankrijk en in de winter van 1943 naar Italië, waar hij op bureaus van de Duitse inlichtingendiensten lezingen gaf en Gestapo-medewerkers instrueerde in zijn ondervragingsmethode. Ook in die landen werden sabotageagenten gearresteerd die op speciale Britse scholen waren opgeleid. Al de uit hun verhoren verkregen informatie over hun opleiding kwam uiteindelijk terecht bij de betreffende afdeling van de buitenlandse inlichtingendienst, Amt VI, in Berlijn. Daar werd deze nauwkeurig bestudeerd en verwerkt in een vanaf augustus 1942 nieuw opgezet opleidingsprogramma voor eigen agenten.
De eerste onderzoeksresultaten motiveerden mij om nóg dieper de archieven in te duiken. Ik wilde alles te weten komen over dit opleidingsprogramma van de Sicherheitsdienst, waartoe ook de in het voorjaar van 1943 opgerichte school in Den Haag behoorde. Het werd het begin van een langdurig en grondig historisch onderzoek naar een vrijwel onbekend, maar fascinerend stukje geschiedenis uit de Tweede Wereldoorlog.
Deel 2: Een spannende zoektocht door binnen- en buitenlandse archieven